het sportmedisch onderzoek

2015-01-14-22-3-690x8942

“Als je benen moe zijn, ren dan met je hart.” En dat doen wij, hardlopers, letterlijk en figuurlijk! Maar hoe zit het nu precies, is hardlopen echt slecht voor je hart? En hoe kun je bepaalde risico’s in beeld brengen? In deze blog ga ik in op de omstandigheden die hartproblemen kunnen veroorzaken en de voordelen en mogelijkheden van een sportmedisch onderzoek.

In Nederland overlijden jaarlijks tussen de 150 en 200 mensen tijdens of direct na het sporten aan plotse hartdood. Bij mensen tot 35 jaar, is een aangeboren hartafwijking meestal de oorzaak, terwijl bij mensen boven de 35 jaar onontdekte problemen als een slecht functionerende hartklep en een dichtgeslibde ader vaak de oorzaak zijn. Duizeligheid tijdens of direct na het sporten is dan ook een signaal dat je altijd serieus moet nemen. Net als het feit of er in de familie hart- en vaatziekten voor komen, zoals bij mij het geval is. Een sportmedische keuring, gelijkmatige trainingsopbouw en bedacht zijn op de signalen van hart- en vaatziekten kunnen veel leed voorkomen.

Verkalking van de kransslagaderen
De meest voorkomende aandoening is de verkalking of de gedeeltelijke afsluiting van de kransslagaderen van het hart. Het hart is een continu werkende spier die een behoorlijke hoeveelheid bloed nodig heeft om te functioneren. Bij inspanning neemt de behoefte van het hart aan zuurstof en voedingsstoffen aanmerkelijk toe. Indien er belemmeringen bestaan in de toevoerwegen, de kransslagaderen, dan kan vooral het zuurstofgebrek tot versterf van hartspierweefsel leiden. Er is in dat geval sprake van een hartinfarct.

Aderverkalking
Ook aderverkalking vergroot het risico op een plotselinge hartdood. Het is min of meer een welvaartsziekte. In de westerse maatschappij neemt aderverkalking sluipend toe. Voor het 30e levensjaar is de kans op verschijnselen hiervan gering, uitzonderingen daargelaten. Rond de middelbare leeftijd stijgt het risico, vooral bij mannen, aanzienlijk. In de leeftijdsgroep vanaf 40 jaar is de intensiteit van de sportbeoefening nog hoog, zodat het risico toeneemt. De meeste slachtoffers van een acute hartdood vallen in de leeftijdsgroep van 35 tot 55 jaar.

Aangeboren afwijkingen
Er zijn uiteraard ook nog andere oorzaken voor een acute hartdood. Vaak gaat het dan om aangeboren afwijkingen van de hartspier, de kransslagaderen of de hartkleppen, waardoor functiestoornissen ontstaan, die soms zonder symptomen vooraf tot deze verschrikkelijke gebeurtenis leiden. Deze incidenten zien we ook wel op jongere leeftijd. Soms zijn er erfelijke factoren in een gezin of familie waardoor personen al op relatief jonge leeftijd plotseling kunnen overlijden.

Hoge bloeddruk
Er is een aantal risicofactoren bekend, dat op langere termijn de gezondheid in het algemeen en het hart- en vaatsysteem in het bijzonder kan schaden. Een verhoogde bloeddruk (hypertensie) is een van die factoren. Een steeds aanwezige hypertensie kan de kans op aderverkalking sterk doen toenemen. Tevens wordt het hart door de grotere druk in de bloedvaten meer belast, wat zich kan uiten in afwijkingen van het elektrocardiogram (ECG), ook wel het hartfilmpje genoemd. De hersenvaten lijden ook onder de te hoge druk in de bloedvaten, zodat de kans op een beroerte toeneemt. Functiestoornissen van de nieren kunnen eveneens de oorzaak zijn van de hypertensie, evenals stress, een te hoog zoutgebruik of een fors overgewicht.

Als remedie wordt vaak gewerkt met een vermindering van het zoutgebruik in de voeding, afvallen en medicijnen die de bloeddruk naar beneden kunnen krijgen. Bij een matige verhoging van de bloeddruk kan duurtraining een gunstige invloed hebben. Uit verschillende onderzoeken is naar voren gekomen dat bijvoorbeeld rustige looptraining bij ieder mens de bloeddruk enigszins naar beneden brengt. Aangezien looptraining ook een gunstige invloed kan hebben op lichaamsgewicht en stress, is vanuit dit oogpunt joggen zeker aan te raden.

Cholesterol
In de westerse maatschappij zien we vooral door de voedingsgewoonten en de beperkte hoeveelheid lichaamsbeweging in het dagelijks leven vaak hogere vetgehalten in het bloed dan bij volkeren die onder minder luxueuze omstandigheden leven. Er bestaat een relatie tussen de hoogte van het cholesterolgehalte in het bloed en de kans op hart- en vaatziekten. Plastisch gezegd slibben de vaten dicht door het teveel aan cholesterol, en het hartinfarct en de vernauwing van de bloedvaten zijn dan niet ver weg. Het is dus zaak om met een verstandig voedselregime het cholesterol in het bloed en de bloedvaten te beperken. Ook hier geldt weer dat regelmatige lichamelijke inspanning een gunstig effect heeft op de bloedvetten.

Roken
Een andere risicofactor is roken. Het samentrekkend effect op de bloedvaten van verschillende stoffen in de ingeademde rook, heeft een negatief effect op het zuurstoftransport naar de weefsels. Tevens bevat de rooklucht koolmonoxide, waardoor de rode bloedlichaampjes minder zuurstof kunnen transporteren. Het zal duidelijk zijn dat bij mensen bij wie de bloedcirculatie al bedreigd wordt bij inspanning, door roken een vergroot risico bestaat op hartklachten en een acute hartdood.

Ritmestoornissen
Soms ontdekken hardlopers bij zichzelf een onregelmatige hartslag. Men maakt zich vaak ernstige zorgen omtrent deze ritmestoornissen, omdat er angst bestaat voor een hartziekte of een hartstilstand. Nader onderzoek naar de aard van de ritmestoornis is aan te raden, alhoewel bij veel sporters bijna altijd sprake is van een onschuldige afwijking die geen gevolgen heeft voor de gezondheid of de sportloopbaan. Uit uitgebreid onderzoek bij grote groepen gezonde mensen is gebleken dat de meesten gedurende een etmaal ritmestoornissen hebben. Bij goedgetrainde mensen is de hartfrequentie laag, waarbij soms onregelmatigheid in de hartslag kan optreden. Bij inspanning verdwijnt met de toename van de hartfrequentie de onregelmatigheid, die pas in de rustfase weer kan terugkomen. Wanneer de onregelmatige hartslag ook bij inspanning blijft bestaan, is nader onderzoek van het hart aan te raden. Dit geldt uiteraard ook voor klachten van benauwdheid of pijn op de borst in rust en bij inspanning, koude en emoties. Bij twijfel is een bezoek aan een arts natuurlijk altijd aan te bevelen.

Virusinfecties
Vooral het griepvirus is berucht om de effecten op de gezondheid. Behalve een algemeen malaisegevoel kan ook de hartspier ontstoken raken. Dit uit zich niet in pijn op de borst, maar meer in een vermoeid gevoel. Men neemt aan dat een deel van de mensen die door een acuut hartfalen overlijden, op dat moment nog last had van een ontsteking van de hartspier. Er dient dus zeer zorgvuldig te worden omgegaan met de trainingsopbouw na een griepperiode. Inhalen van achterstallige training is uit den boze. Als men weer koortsvrij is en de spierpijn en vermoeidheid verdwenen zijn, dan zal een rustige training van korte duur en lage intensiteit na enige dagen de eerste stap dienen te zijn. Dit geldt ook voor andere infecties van organen en lichaamsweefsels, omdat het lichaam weer moet wennen aan de belasting

ECG Runner 

Het sportmedisch onderzoek.

Als je net als ik een marathon wilt gaan lopen, of wanneer je meer gaat sporten dan is het verstandig om een sportmedisch onderzoek te laten uitvoeren. Een sportmedisch onderzoek brengt je uithoudingsvermogen in kaart en legt eventuele gezondheidsrisico’s bloot.

Sportmedische onderzoeken zijn er in verschillende soorten en maten en je kunt het zo uitgebreid maken als je wilt. Omdat er in mijn familie hartafwijkingen voorkomen heb ik een “groot sportmedisch onderzoek” laten doen, waarbij met name de conditie van mijn hart bekeken werd. Dat onderzoek heb ik laten doen bij SportsClinics in Utrecht, een gecertificeerd centrum (Topsport Medisch Centrum) voor sportgeneeskunde, waar alle sportmedische topzorg op één locatie voorhanden is. Al direct bij het maken van de afspraak voor mijn onderzoek had ik door dat ik te maken had met een instelling die de persoonlijke situatie van de sporter zeer serieus neemt. En dat is fijn!

Van een vragenlijst gecombineerd met lichamelijk onderzoek (lengte, gewicht, vetpercentage en bloeddruk), algemeen intern, neurologisch en orthopedisch onderzoek, een ogentest, een urinetest en bloedonderzoek, ademanalyse, een ECG (hartfilmpje) in rust tot een inspanningstest. Bij de inspanningstest werd er ook een ECG gemaakt tijdens inspanning.

Een inspanningstest wordt afgelegd op een loopband of op de fiets. Voor een betere registratie van de elektrische activiteit van de hartspier wordt een fietstest aanbevolen, omdat de ‘plakkers’ en sensoren door de schokkende bewegingen tijdens het hardlopen nog wel eens willen loslaten. Een inspanningstest is niet alleen nuttig om de gezondheid te controleren. Op basis van waarden uit deze test kunnen ook de persoonlijke trainingszones berekend worden die direct gebruikt kunnen worden voor het trainingsschema.

De meeste risicogevallen worden er met een sportmedisch onderzoek uitgepikt. Maar 100 procent zekerheid heb je nooit. Als je boven de 35 jaar bent en je begint met sporten, wordt een sportmedisch onderzoek aangeraden. Zeker als je na jaren amper sporten een ambitieus doel hebt. Bang om ‘afgekeurd’ te worden, hoeft niemand te zijn. Een sportmedisch onderzoek is niet te vergelijken met de ouderwetse sportkeuring. ‘Keuring’ is ook een verkeerde term, het is een onderzoek naar je lichamelijke conditie. Er worden niet alleen gezondheidsrisico’s ingeschat, maar er wordt ook een juist inzicht in conditie en een hierbij passend, gericht trainingsadvies gegeven. Vroeger moesten mensen wat kniebuigingen doen en werd vooral gekeken naar wat ze níet konden. Nu wordt er gefocust op wat mensen wél kunnen en hoe je gezondheidsklachten kunt verbeteren door sport.

Kortom, hardlopen is niet slecht voor je hart. Integendeel, los van de ontspanning die ‘een rondje lopen’ je vaak biedt op mentaal vlak verklein je met regelmatige lichamelijke inspanning de risicofactoren die kunnen leiden tot hartproblemen. Immers, hardlopen leidt tot een verlaging van de bloeddruk, lichaamsgewicht, vetpercentage en stress. Uiteraard zijn een goede trainingsopbouw en je algehele conditie hierbij van groot belang. Heb je een blessure of (hart)afwijking onder de leden, dan zal je hierbij met je training rekening moeten houden. Een sportmedisch onderzoek geeft je een goed beeld van je lichamelijke conditie en de sportmogelijkheden die voor jou haalbaar zijn.

Uit mijn onderzoek kwamen gelukkig geen verontrustende dingen naar voren, en het hartfilmpje gaf een regelmatig beeld. Toch wel een geruststelling. Op naar de volgende fase in mijn trainingsschema: langere afstanden!

2 Comments

  • Jennie de Weerd zegt:

    Wat een super mooie blog zeg!! Alles super helder, concreet en mooi omschreven! Wauw! X

  • Margot zegt:

    Ik heb dit ook laten doen toen ik trainde voor mijn eerste halve marathon. Ik vind het zeker een meerwaarde om het te laten doen. Bij de cardioloog hier in Belgie kost het wel wat maar je krijgt ook heel wat weer van de mutualiteit. Ik vind het toch een geruststelling als je weet dat alles in orde is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *